1.2 Wie kan een beroep indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen?

Is de aanvraag behandeld volgens de procedureregels van de VCRO, dan kunnen de volgende belanghebbenden een beroep bij de Raad instellen tegen de beslissingen vermeld onder artikel 4.8.2 VCRO.

  1. de aanvrager van de vergunning of van het as-builtattest, de persoon die de melding heeft verricht, respectievelijk de persoon die beschikt over zakelijke of persoonlijke rechten ten aanzien van een constructie die het voorwerp uitmaakt van een registratiebeslissing, of die deze constructie feitelijk gebruikt;
  2. de bij het dossier betrokken vergunningverlenende bestuursorganen;
  3. elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen kan ondervinden als gevolg van de vergunnings-, validerings- of registratiebeslissing of aktename van een melding;
  4. procesbekwame verenigingen die optreden namens een groep wiens collectieve belangen door de vergunnings-, validerings- of registratiebeslissing of aktename van een melding zijn bedreigd of geschaad, voor zover zij beschikken over een duurzame en effectieve werking overeenkomstig de statuten;
  5. de leidend ambtenaar van het departement of, bij afwezigheid, diens gemachtigde voor vergunningen die afgegeven zijn binnen de reguliere procedure, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 4.7.19, §1, derde lid VCRO;
  6. de leidend ambtenaar of, bij afwezigheid, diens gemachtigde van het departement of agentschap waartoe de adviserende instantie behoort, aangewezen krachtens artikel 4.7.16, §1, eerste lid VCRO, respectievelijk artikel 4.7.26, §4, 2° VCRO, op voorwaarde dat die instantie tijdig advies heeft verstrekt of ten onrechte niet om advies werd verzocht;
  7. het college van burgemeester en schepenen voor vergunningen, afgegeven binnen de bijzondere procedure, op voorwaarde dat het tijdig advies heeft verstrekt krachtens artikel 4.7.26, § 4, eerste lid, 2° VCRO, of ten onrechte niet om advies werd verzocht.

De belanghebbende aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de deputatie, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad te wenden.

Een bij het dossier betrokken vergunningverlenende bestuursorgaan dat nagelaten heeft om in eerste aanleg een uitdrukkelijke beslissing te nemen, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om een beroep in te stellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, behoudens overmacht.

Zie ook artikel 4.8.11, §1 VCRO en onderdeel '1.1 Tegen welke beslissingen kan ik een beroep instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen?'.

 

Is de aanvraag behandeld volgens de procedureregels van het Omgevingsvergunningdecreet, dan kunnen de volgende belanghebbenden een beroep bij de Raad een beroep instellen tegen de beslissingen vermeld in artikel 105, §1 Omgevingsvergunningdecreet.

  1. de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
  2. het betrokken publiek, zijnde: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon alsook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn (zie ook artikel 2, 1° Omgevingsvergunningsdecreet);
  3. de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
  4. het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
  5. de leidend ambtenaar van het departement Omgeving of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
  6. de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (huidig departement Omgeving) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
  7. de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat.

De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid (zie artikel 52 Omgevingsvergunningsdecreet), wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

Een bij het dossier betrokken vergunningverlenende bestuursorgaan dat nagelaten heeft om in eerste aanleg een uitdrukkelijke beslissing te nemen, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om een beroep in te stellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, behoudens overmacht.

Zie ook artikel 105, §2 Omgevingsvergunningsdecreet en onderdeel '1.1 Tegen welke beslissingen kan ik een beroep instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen?'.