_12.4 Ik kan niet aanwezig zijn op de datum wanneer de zitting ten gronde zal plaatsvinden, wat nu?

Uw afwezigheid of die van één van de andere partijen belet, indien u regelmatig opgeroepen bent, de geldigheid van de zitting niet. De zaak wordt in dat geval geacht op tegenspraak behandeld te zijn.

Voor de procedure ten gronde zijn er bovendien geen verdere gevolgen indien u niet aanwezig kan zijn op de pleitzitting ten gronde. Indien u in uw hoedanigheid van verzoekende partij afwezig bent op de zitting, leidt dit bijvoorbeeld niet tot een afstand van geding. De afwezigheid van de verwerende partij op een pleitzitting leidt ook niet automatisch tot de vernietiging van de bestreden beslissing.

Indien u als verzoekende partij evenwel niet in persoon verschijnt, noch vertegenwoordigd bent op de zitting waarop de vordering tot schorsing behandeld wordt, verwerpt de Raad deze vordering.

U kan ook schriftelijk verschijnen. U verschijnt bijgevolg niet in persoon op een zitting, maar op het proces-verbaal van de zitting en in het arrest wordt uw schriftelijke aanwezigheid wel genoteerd.
U verwittigt de Raad van uw schriftelijke verschijning ten minste vijf kalenderdagen voor de zitting bij voorkeur per e-mail of schriftelijk. Indien u evenwel als verzoekende partij schriftelijk verschijnt op de zitting waarop de vordering tot schorsing behandeld wordt, verwerpt de Raad deze vordering.

Indien u beslist om niet te verschijnen of vertegenwoordigd te worden op de zitting of indien u beslist om schriftelijk te verschijnen, brengt u best ook de andere procespartijen op de hoogte. Op die manier kunnen ook zij tijdig beslissen om eveneens schriftelijk of niet te verschijnen.

Indien u toch in persoon wenst te verschijnen, kan u de Raad verzoeken om de zitting uit te stellen naar een andere datum. De kamervoorzitter beslist autonoom of en op welke manier uitstel wordt verleend.

Ten slotte kunnen de procespartijen in onderling overleg afzien van de behandeling van het beroep ter zitting, tenzij de Raad hierover anders beslist.

Zie ook artikelen 16 en 40, §4 DBRC-decreet en artikel 85, §3 Procedurebesluit.