_14.3 Hoe start u een bemiddelingsprocedure op in een hangend beroep bij de Raad ?

Ofwel verzoeken de procespartijen gezamenlijk om bemiddeling, ofwel beslist de Raad dit ten laatste op de openbare zitting, maar dan wel mits akkoord van de partijen. Op het ogenblik dat het beroep door de Raad in beraad is genomen, is bemiddeling niet meer mogelijk.

Indien procespartijen het initiatief nemen, dan kunnen deze in de eerste plaats tijdens het vooronderzoek om een bemiddelingspoging verzoeken met een gemotiveerd verzoek tot bemiddeling. Het verzoek wordt ondertekend door alle partijen of hun raadsman en bevat:

  • de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de partijen en de gekozen woonplaats;
  • de vermelding van de zaak waarin om bemiddeling verzocht wordt en het rolnummer waaronder de zaak ingeschreven is;
  • indien voor een derde als bemiddelaar gekozen wordt in plaats van een interne bemiddelaar, de identiteit van de persoon die wordt voorgedragen als externe bemiddelaar en de overtuigingsstukken waaruit blijkt dat de voorgedragen externe bemiddelaar voldoet aan bovenvermelde voorwaarden;
  • eventuele overige overtuigingsstukken die de partijen nuttig achten.

Indien niet aan deze vormvereisten is voldaan, stelt de griffier de partijen in staat om het verzoek tot bemiddeling te regulariseren binnen een vervaltermijn van vijftien dagen die ingaat de dag na de dag van de betekening van het verzoek tot regularisatie.

Ook tijdens een pleitzitting kunnen de procespartijen nog om een bemiddelingspoging verzoeken. In dat geval stelt de zittingsgriffier een proces-verbaal van het gemotiveerde verzoek tot bemiddeling op dat hij samen met de kamervoorzitter en alle partijen of hun raadsman ondertekent.

Zie ook artikel 42, ยง1 DBRC-decreet en de artikelen 95 en 96 Procedurebesluit.