_14.5 Wat is het verdere verloop van de bemiddelingsprocedure na het indienen van een verzoek tot bemiddeling ?

De Raad doet bij tussenarrest uitspraak over het verzoek tot bemiddeling en desgevallend over de voorgestelde kandidaat-bemiddelaar. Indien het verzoek wordt ingewilligd, vermeldt het tussenarrest:

  • het akkoord van de partijen;
  • de identiteit van de bemiddelaar;
  • de inhoud van de opdracht van de bemiddelaar;
  • de termijn van de opdracht die maximaal zes maanden bedraagt en die ingaat de dag na de dag van de betekening van het tussenarrest;
  • de datum waarnaar de zaak is verdaagd, die de eerste nuttige datum is na het verstrijken van de termijn.

Indien het verzoek wordt afgewezen, doet de Raad dit met een gemotiveerd tussenarrest.

De griffier zendt onmiddellijk een afschrift van het tussenarrest aan de partijen en, bij een inwilliging van het verzoek, aan de bemiddelaar.

De bemiddelaar beschikt vervolgens over vijftien dagen om de griffier te laten weten of hij zijn opdracht aanvaardt. Als de opdracht aanvaard wordt door een externe bemiddelaar, bezorgt de griffier hem een afschrift van het administratieve dossier.

Daarna – en van zodra dit nuttig is – nodigt de bemiddelaar de partijen uit voor een bemiddelingsgesprek. Bij de uitnodiging voegt de bemiddelaar een inventaris van de stukken die hij al ontvangen heeft. De partijen kunnen de bemiddelaar steeds alle bijkomende stukken bezorgen die zij nuttig achten.

Indien wenselijk volgen daarna nog één of meerdere bemiddelingsgesprekken.

Uiterlijk op de zitting waarnaar de zaak met het tussenarrest is verdaagd, brengen de partijen de Raad op de hoogte van het resultaat van de bemiddeling.