3 De regularisatie

De griffier schrijft het verzoekschrift niet op het definitieve register in en biedt u de kans om uw verzoekschrift te regulariseren (te vervolledigen) als:

  1.  de stukken, vermeld in artikel 16, 2° Procedurebesluit niet gevoegd zijn bij het verzoekschrift dat uitgaat van een rechtspersoon;
  2. het verzoekschrift niet is ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman;
  3. het verzoekschrift geen woonplaatskeuze in België bevat overeenkomstig artikel 7, § 1 Procedurebesluit;
  4. er geen afschrift van de bestreden beslissing of een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift, bij het verzoekschrift gevoegd is;
  5. de schriftelijke volmacht, vermeld in artikel 16, 3° Procedurebesluit niet bij het verzoekschrift gevoegd is;
  6. de stukken, vermeld in artikel 16, 4° Procedurebesluit niet bij het verzoekschrift gevoegd zijn;
  7. er geen inventaris bij het verzoekschrift gevoegd is van de overtuigingsstukken die allemaal overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.

De griffier stelt de verzoeker in staat om de vormvereisten te regulariseren (te vervolledigen) binnen een vervaltermijn van acht dagen. Deze vervaltermijn gaat in op de dag na de betekening van het verzoek tot regularisatie. De betekening gebeurt per aangetekende brief door de griffie.

De verzoeker bezorgt de Raad het geregulariseerde verzoekschrift, samen met 4 afschriften ervan, per beveiligde zending (per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie).

De verzoeker die zijn verzoekschrift tijdig regulariseert, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging.

Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.

Zie ook artikel 17 Procedurebesluit.