4.2 Moet ik als tussenkomende partij een rolrecht betalen en binnen welke termijn moet ik dit betalen?

Het rolrecht dat verschuldigd is per tussenkomende partij, bedraagt 100 euro, per vordering waarin een verzoek tot tussenkomst is ingediend, ongeacht of de tussenkomst geldt voor een vordering tot vernietiging of voor een vordering tot schorsing.

Het rolrecht voor de tussenkomst betaalt u binnen een termijn van 15 dagen. Deze termijn gaat in de dag na deze van de betekening door de griffier van de Raad van de beschikking die het verzoek tot tussenkomst beoordeelt.

Als het bedrag door de tussenkomende partij niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort, wordt het verzoekschrift tot tussenkomst niet-ontvankelijk verklaard. De niet-tijdige betaling kan niet worden geregulariseerd.

Collectieve verzoekschriften tot tussenkomst geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het rolrecht als er tussenkomende partijen zijn.

Het rolrecht in geval van schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid, vindt u onder ‘8 Uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN)’.

Zie ook artikel 21 DBRC-decreet.