5.5 Kan mijn verzoek tot tussenkomst ook geregulariseerd worden?

De griffier biedt u de kans om uw verzoek tot tussenkomst te regulariseren als:

  1. de stukken, vermeld in artikel 60, derde lid, 1° Procedurebesluit (met name een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daartoe bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden), niet bij het verzoekschrift dat uitgaat van een rechtspersoon, gevoegd zijn;
  2. het verzoekschrift niet is ondertekend door de verzoeker tot tussenkomst of zijn raadsman;
  3. het verzoekschrift geen woonplaatskeuze in België bevat (overeenkomstig artikel 7, § 1 Procedurebesluit);
  4. het verzoekschrift geen vermelding bevat van het rolnummer van de vordering of geen verklaring dat de verzoeker tot tussenkomst het rolnummer niet kent, bevat;
  5. de schriftelijke volmacht, (vermeld in artikel 60, derde lid, 2° Procedurebesluit), niet bij het verzoekschrift gevoegd is;
  6. de stukken, vermeld in artikel 60, derde lid, 3° Procedurebesluit (met name de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en die overeenkomstig die inventaris genummerd zijn), niet bij het verzoekschrift gevoegd zijn;
  7. er geen inventaris bij het verzoekschrift gevoegd is van de overtuigingsstukken, die allemaal overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.

De verzoeker tot tussenkomst die zijn verzoekschrift tijdig regulariseert, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending of neerlegging.

Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.

Deze regularisatie vindt plaats uiterlijk op een van de volgende tijdstippen:

  1. het tijdstip van de zitting waarop de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid wordt behandeld;
  2. het tijdstip waarop de schriftelijke uiteenzetting, vermeld in artikel 75 Procedurebesluit, wordt ingediend.

Zie ook artikel 61 Procedurebesluit.