6.2 De korte debatten

Wanneer worden de korte debatten toegepast?

De voorzitter van de Raad of de door hem aangewezen bestuursrechter kan ambtshalve onderzoeken of het beroep alleen korte debatten vereist.
 

Hoe verloopt de procedure van de korte debatten?

De voorzitter of de door hem aangewezen bestuursrechter stelt bij beschikking vast:

  1. dat het beroep op het eerste gezicht alleen korte debatten vereist;
  2. de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de korte debatten zullen plaatsvinden;
  3. de termijn waarbinnen ter griffie inzage kan worden genomen van het administratief dossier en de overtuigingsstukken;
  4. de namen van een of meer van de belanghebbenden, vermeld in artikel 20, eerste en tweede lid, van het DBRC-decreet, als de Raad heeft beslist een of meer belanghebbenden op te roepen;
  5. de termijn waarbinnen de partijen en de belanghebbenden, vermeld in punt 4°, een verantwoordingsnota kunnen indienen.

De griffier betekent de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift aan de partijen en de door de Raad aangeduide belanghebbenden.

Gelijktijdig met het indienen van de verantwoordingsnota bezorgt elke partij en belanghebbende een afschrift van die nota aan de overige partijen en belanghebbenden.

Na het horen van de partijen en de belanghebbenden neemt de voorzitter van de Raad (of de door hem aangewezen bestuursrechter) de zaak in beraad.
 

Wat is de uitkomst van de korte debatten?

Ofwel volgt een (eind)arrest, ofwel, indien de voorzitter of de door hem aangewezen bestuursrechter niet besluit dat korte debatten volstaan, wordt de procedure voortgezet volgens de gewone rechtspleging.

Zie ook artikel 59/2 Procedurebesluit.