7.2 Wanneer wordt een bestreden beslissing door de Raad geschorst ?

De schorsing wordt bevolen met een gemotiveerd arrest.

De Raad schorst de tenuitvoerlegging van een (vergunnings)beslissing op voorwaarde dat wordt aangetoond dat zaak hoogdringend is zodat de behandeling ervan onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een vordering tot vernietiging en minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de vernietiging van de bestreden beslissing op het eerste gezicht verantwoordt.

Wanneer de verzoeker evenwel noch verschijnt, noch vertegenwoordigd is op de zitting van de Raad, wordt de vordering tot schorsing zonder meer verworpen.

Zie ook artikel 66 Procedurebesluit en artikel 40, §1 DBRC-decreet.