8.3 Moet ik rolrecht betalen bij het indienen van een UDN-verzoek?

Het rolrecht dat verschuldigd is per verzoekende partij bij de indiening van een verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringend noodzakelijkheid, bedraagt 100 euro.

Bij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betaalt u het rolrecht binnenĀ  een termijn van 8 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van de beschikking of het arrest waarmee de kamervoorzitter de datum van de UDN-zitting bepaalt.

U legt het bewijs van betaling van het rolrecht voor op de zitting waarop de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk wordt behandeld.

Indien u het bedrag niet binnen de termijn van 8 dagen heeft betaald, wordt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet ontvankelijk verklaard. Eventueel worden de schorsing en de voorlopige maatregelen, die reeds zouden zijn bevolen, opgeheven.

De verzoekende partij die aantoont dat haar inkomsten ontoereikend zijn, is vrijgesteld van de betaling van enig rolrecht.

U richt daartoe een verzoek aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen, gelijktijdig met het indienen van uw verzoekschrift.

De ontoereikendheid van de inkomsten wordt beoordeeld op basis van het koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand.

De griffier brengt u vervolgens schriftelijk op de hoogte van de beslissing over de vrijstelling van de betaling van het rolrecht.

Zie ook artikel 21 DBRC-decreet.