8.5 Kan ik ook tussenkomen in de UDN-procedure?

U kan een verzoek tot tussenkomst indienen in de UDN-procedure vanaf de dag na de betekening van de beschikking waarmee de Kamervoorzitter de datum van de UDN-zitting bepaalt of het arrest waarmee de Kamervoorzitter voorlopige maatregelen beveelt en uiterlijk tot bij aanvang van de zitting waarop de UDN-procedure of de bevestiging van de schorsing bij uiterst dringend noodzakelijkheid wordt behandeld.

Het rolrecht dat verschuldigd is per tussenkomende partij bij de indiening van een verzoekschrift tot tussenkomst, bedraagt 100 euro.

Bij een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid betaalt u het rolrecht binnen  een termijn van 8 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van de beschikking of het arrest waarmee de kamervoorzitter de datum van de UDN-zitting bepaalt.

U legt het bewijs van betaling van het rolrecht voor op de zitting waarop de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk wordt behandeld.

Indien het rolrecht niet binnen de 8 dagen is betaald, is uw verzoek tot tussenkomst niet-ontvankelijk en kan u geen voortzetting vragen van de rechtspleging. De niet-tijdige betaling kan niet worden geregulariseerd.

Zie ook artikel 65 Procedurebesluit en artikel 20 en 21 DBRC-decreet.